Een Duitse pijpenmaker in Belgisch Limburg — of tóch een Hillen?
Over wie de fabriek in 1846 precies stichtte, spreken de bronnen elkaar tegen. De gespecialiseerde kleipijpen-site Claypipes.nl vertelt een gedetailleerd verhaal over een familie Duitse pijpenmakers uit de Westerwald: de broers Jean Jacques en Jacques Knödgen, die in 1839 vanuit Chokier naar Luik vertrokken om daar een eigen pijpenmakerij te beginnen. In 1846 verliet Jean Jacques Luik voor Maastricht, en verhuisde in 1853 naar Bree — de geboorteplaats van zijn vrouw. Pas na de Eerste Wereldoorlog zou de fabriek dan, via een huwelijk, in handen van de familie Hillen zijn gekomen.
Pipedia — de belangrijkste internationale referentiesite voor pijpengeschiedenis — vertelt het anders: daar staat dat de fabriek in 1846 rechtstreeks werd opgericht door ‘Jean-Claude Hillen (andere bronnen: Jean-Paul)’ als handelsonderneming, die zich al snel toelegde op pijpen en aanverwante tabaksartikelen. Zelfs Pipedia twijfelt dus over de exacte voornaam. We kunnen deze twee versies niet met zekerheid met elkaar verzoenen — mogelijk gaat het om twee generaties die door latere bronnen door elkaar zijn gehaald, of was er al vóór het huwelijk met de Knödgens al een Hillen bij de handel betrokken. Wat zeker is: de fabriek maakte aanvankelijk aarden (klei-)pijpen — een assortiment van 187 verschillende modellen, gemerkt met de letters ‘JK’ in de hiel.
Via huwelijk in Hillen-handen
Door een reeks huwelijken kwam de fabriek na de Eerste Wereldoorlog in handen van Jan (Jean) Hillen — een kleinzoon van de oprichter. Jans vader, Albertus Theodorus Hubertus (Albert) Hillen (Blerick 1856–1916), was in 1883 in Bree getrouwd met Maria Knödgen, dochter of kleindochter van de pijpenfabrikant. Jan zelf, geboren op 8 november 1889 in Bree, breidde de fabriek onder zijn leiding verder uit met de productie van asbestos- en bruyèrepijpen (heidehouten pijpen) — een belangrijke koerswijziging ten opzichte van de traditionele kleipijp.
Jan Hillen was behalve fabrikant ook een man van aanzien in Bree: hij was schepen van de stad, voorzitter van het Rode Kruis afdeling Bree en voorzitter van de commissie van onderlinge bijstand. Hij trouwde in 1918 met Josephina Antonetta ‘Maria’ Smets, en overleed in 1988 in Bree op de gezegende leeftijd van 99 jaar.
De zonen: van Hillen naar Hilson
Na de Tweede Wereldoorlog namen Jans zonen het roer over: Jos nam de verkoop voor zijn rekening, Albert de productie. Albert was tijdens de oorlog tolk geweest bij het Britse leger, wat hem na de bevrijding een uitgebreid internationaal netwerk opleverde — precies wat nodig was om de export op gang te brengen. Voor de merknaam koos hij iets simpels dat het bedrijf perfect samenvatte: Hilson, een samentrekking van ‘Hillen and Sons’.
Onder de naam ‘Broers Hillen B.V.’ groeide Hilson in de jaren zestig en zeventig uit tot een succesvol merk in machinaal vervaardigde bruyèrepijpen, met name op de Duitse markt — waar het beter verkocht dan het eigen ‘Big Ben’-merk van branchegenoot Gubbels. De zeldzame, handgemaakte ‘freehand’-pijpen van het bedrijf gingen onder een aparte naam de deur uit: Mastro, gesigneerd met ‘A.M. Sanoul’. Tegen het einde van de jaren zeventig waren Hillen (Bree) en Gubbels (Roermond) de laatst overgebleven twee heidepijpen-fabrikanten van de hele Benelux.
In 1980 kreeg de firma financiële problemen. De Koninklijke Pijpenfabriek Elbert Gubbels uit Roermond nam het bedrijf over, inclusief het merk Hilson — dat destijds zelfs beter verkocht dan Gubbels’ eigen Big Ben. Sindsdien worden Hilson-pijpen in Roermond gemaakt.
Een politicus in de familie
Jan Hillen had ook een broer die een heel andere weg insloeg: Albert Theodore Constant Marie Hillen (Bree, 14 februari 1892 – Antwerpen, 13 november 1933) werd advocaat en, via de Katholieke Partij, lid van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. Zijn rouwprentje omschrijft hem als een man die zijn talenten “van zijn collegejaren af, in Studentenbond en Jonge Wacht, met jeugdige geestdrift” ten dienste stelde van de Katholieke en Vlaamse zaak. Hij overleed op 41-jarige leeftijd, drie jeugdige kinderen achterlatend.
Hoe zeker weten we dit?
Dit verhaal steunt op ongewoon stevige grond, met meerdere onafhankelijke bronnen die elkaar bevestigen — op de precieze oprichter van 1846 na, waar Claypipes.nl en Pipedia elkaar tegenspreken (zie hierboven):
- De herkomst van het merk ‘Hilson’ (= Hillen and Sons) en de rolverdeling tussen Jos en Albert staan woordelijk hetzelfde beschreven op minstens vier onafhankelijke pijpenverzamelaars-sites (Pipedia, Rebornpipes, Dutch Pipe Smoker, Al Pascià).
- Het Kamerlidmaatschap van Albert Theodore Constant Marie Hillen is apart bevestigd via de officieel gepubliceerde ‘Lijst van Belgische volksvertegenwoordigers 1831–2002’, met exact dezelfde geboorte- en sterftedata als in het familie-rouwprentje.
- De genealogische gegevens (data, huwelijken) komen uit LimMemoriam.be, een rouwprentjesverzameling met concrete akte-nummers — het meest betrouwbare soort bron die we in dit hele onderzoek zijn tegengekomen.
Bronnen
- Pipedia.org, ‘Hilson’ en ‘Gubbels’
- Rebornpipes.com, ‘History of the Gubbels Pipe Business’ (Arno van Goor)
- DutchPipeSmoker.com, diverse artikelen over Gubbels/Hilson/Big Ben
- Al Pascià, ‘Gubbels Factory — Big Ben and Hilson pipes’
- Claypipes.nl, ‘Knoedgen (Bree)’ en ‘Bodemvondsten Knoedgen’
- LimMemoriam.be, parenteel Albert Theodoor Hubert Hillen (rouwprentjesverzameling Heemkundekring Bree)
- Wikipedia / Unionpedia, ‘Lijst van Belgische volksvertegenwoordigers 1831–2002’